27 januari 2026 | GVNL

GVNL Perspectief Online

Met het magazine GVNL Perspectief maken we zichtbaar hoe de waterstoftransitie zich ontwikkelt: van ambitie naar uitvoering. In deze online serie delen we artikelen uit het eerste GVNL Perspectief-magazine, met inzichten van experts, inspirerende verhalen van pioniers en voorbeelden van innovatie die laten zien hoe Nederland stap voor stap de belofte van groene waterstof waarmaakt, gedreven door een gezamenlijke wil om vooruit te komen.

Innovatie als sleutel voor transitie

De opschaling van groene waterstof staat of valt met innovatie. Zonder forse kostendaling en beperking van risico’s geen financiering en investeringen.

Als we het over innovatie in groene waterstof hebben, gaat het niet alleen om technische doorbraken. Natuurlijk draait veel om betere elektrolysers, efficiëntere opslag en transport, en nieuwe toepassingen. Maar innovatie omvat ook het slimmer inrichten van het energiesysteem: waterstof koppelen aan wind en zon, zorgen voor flexibiliteit in het net en nieuwe businessmodellen en certificeringssystemen ontwikkelen die investeringen mogelijk maken. En niet te vergeten: hiervoor is draagvlak nodig en de juiste wet- en regelgeving. Innovatie in groene waterstof is breed: van techniek tot markt en van materiaal tot mens.  

De lange adem van de transitie 

Er is dus nogal wat nodig voor we echt kunnen profiteren van de voordelen van grootschalig gebruik van groene waterstof. Maar de transitie is nu eenmaal een ‘bumpy road’ waarschuwt Nienke Homan, directeur van Impact Hydrogen en voorzitter van de Koninklijke Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI). “Het lastige is: we denken nog in het oude energiesysteem. De organisatie van onze olie- en gasindustrie bestaat al 60-70 jaar. Het is natuurlijk een illusie te denken dat we dat voor groene waterstof even in een paar jaar regelen. Aan de andere kant moeten we in Nederland waken dat we acties wel doorrekenen, maar niet ‘doodrekenen’ waardoor het trager gaat. Bij het aanleggen van de gasleidingen 70 jaar geleden, hebben we ook niet alles door kunnen rekenen. Dat zijn we gewoon gaan doen.”  

Jörg Gigler, directeur van TKI Nieuw Gas, onderdeel van Topsector Energie, vindt ook dat er een actie-mindset nodig is: “China gaat momenteel heel hard in innovatie, want zij volgen het plan dat de communistische partij uitzet en voeren gewoon uit. Hoe wij ons dan tot hen verhouden is nog de vraag, maar dat terzijde. Ik kan ook wel jaloers zijn op het NEOM-project. De overheid van Saoedi-Arabië investeert en laat het gebeuren dat er een elektrolyser wordt neergezet. In Nederland zijn er vaak eeuwige discussies of we iets wel moeten doen.” Toch heeft Gigler de hoop dat de markt voor elektrolysers in Nederland binnen 10 jaar van de grond is. “Daarvoor is innovatie belangrijk en zijn subsidies onmisbaar. Hoe maken we elektrolysers goedkoper, robuuster en efficiënter? Hoe maken we ze kleiner, zonder milieubelastende stoffen?” Ed Buddenbaum hoopt ook op doorbraken in de performance van elektrolysers: “Met name in het af- en aanschakelen, zodat we met elektrolyse de variabiliteit in het aanbod van duurzame elektriciteit kunnen opvangen. Daarnaast hoop ik dat we uit projecten leren welke waterstofdragers het meeste perspectief hebben, zodat we daar vol op kunnen inzetten.” 

Innovatie in de praktijk: leren van projecten 

Aan deze technologische innovaties wordt hard gewerkt. De innovaties in groene waterstof zijn niet alleen theorie: in Nederland lopen al projecten die baanbrekende kennis opleveren. HyNetwork heeft de eerste leidingen gereed voor de waterstofinfrastructuur. PosHYdon, op een offshore platform in de Noordzee, test de productie van waterstof met zeewater en laat zien hoe bestaande gasinfrastructuur hergebruikt kan worden. HopZee gaat nog een stap verder en ontwikkelt een 300–500 MW offshore elektrolyser direct gekoppeld aan windparken. In de Eemshaven werkt Eemshydrogen aan een grootschalige elektrolyser van 50 MW voor industriële toepassingen. Ook bedrijven als de recent gefuseerde Battolyser Systems en VDL Hydrogen Systems pionieren met flexibele elektrolysers. XINTC ontwikkelde een unieke, circulaire elektrolyser die door een modulaire opbouw schaalbaar is. Deze projecten leveren leerervaringen die toepasbaar zijn bij opschaling. 

Dat is ook voor het GroenvermogenNL-programma een belangrijk uitgangspunt: leren van projecten en kennis delen om de marktrijpheid van innovaties te versnellen. Ed Buddenbaum, algemeen manager van GroenvermogenNL, legt uit: “Wij helpen bedrijven door de lussen van de innovatiecyclus heen, wanneer innovaties bij demonstratie toch verbeteringen behoeven. Dat is namelijk een dure fase. Ons doel is een portfolio met projecten die FID’s kunnen nemen.” 

De gamechangers voor groene waterstof 

Het Nederlands beleid zet in op directe elektrificatie als voorkeursroute. Het erkent daarbij dat groene waterstof onmisbaar is in de ‘hard-to-abate’ sectoren. Innovatie moet daar groene waterstof betrouwbaar, betaalbaar en veilig maken. Innovatie moet ook de samenhang met elektrificatie versterken: groene waterstof kan helpen het net stabiel te houden. Er is een grote roep om een duidelijke visie van de overheid. “Innovatie is een langetermijninvestering”, aldus Gigler. “Politiek draagvlak heeft invloed op de snelheid van innovaties. Heel veel innovatiemiddelen zijn nu nog veilig tot 2027-2028. Het Klimaatfonds loopt nog tot 2029. Maar een nieuw kabinet zal naar de periode daarna moeten kijken. Tegelijkertijd hebben bedrijven behoefte aan een realistische visie op de kortere termijn. Er zijn weinig bedrijven die al nadenken over 2050. Die willen perspectief hebben op de komende 3 tot 5 jaar.”  

Hier sluit Nienke Homan zich bij aan: “Nederland heeft behoefte aan een visie over hoe het land eruitziet in 2030 en 2040 en welke rol groene waterstof daarin heeft. We hebben leiderschap en regie nodig van onze bestuurders, zowel landelijk als regionaal.“ Ze is van mening dat we bij de transitie naar groene waterstof het maatschappelijke aspect zijn vergeten. Terwijl de gamechangers in innovatie voor groene waterstof volgens haar zitten in de verdienmodellen en maatschappelijke acceptatie. “De oplossing is vraagcreatie. De vraag naar duurzame producten ontstaat niet vanzelf. We hebben altijd gestuurd op de aanbodkant, maar we moeten ook kijken naar het einde van de keten en alle producten een stuk verduurzamen. Als ieder product een bepaald percentage duurzame grondstoffen in zich heeft, dan creëren we een markt voor duurzame grondstoffen doordat alle consumenten dat kopen.” 

Goed in moleculen 

Die vraagcreatie kan volgens Homan alleen de overheid bewerkstelligen en dan in Europees verband. Nederland kan hier een hele grote rol in spelen. “We zijn in Nederland goed in moleculen. Dat is onze kracht: de aanwezigheid van energie in moleculen en elektronen. Door onze jarenlange ervaring met aardgas in onze grote industriële sector, hebben we heel veel expertise. Het risico is dat we als energieland verwend zijn geworden dat we altijd over energie beschikken. Waar andere landen omarmen dat ze eindelijk een energiesysteem kunnen bouwen en dat meteen duurzaam doen, moeten wij loskomen van het bestaande. Met onze grote industrietak hebben we ook veel te verliezen als zij niet kunnen verduurzamen.”  

Gigler is ervan overtuigd dat groene waterstof juist in het huidige politieke speelveld een sleutelrol speelt. “Een tijd lang stond klimaat en CO2-reductie op nummer 1 op de politieke agenda. Inmiddels is dat thema gedegradeerd naar de 3e plaats en staan autonomie en verdienvermogen op nummer 1 en 2. Gevolg zijn terugtrekkende bewegingen in duurzame investeringen. We zien bijvoorbeeld dat industrie uit Europa wegtrekt omdat ze elders goedkoper en met minder eisen kunnen produceren. Door met innovaties groene waterstof slim te ontwikkelen, komen we tegemoet aan alle 3 thema’s van autonomie, verdienvermogen en klimaat. We pakken een positie op de wereldmarkt door eigen productie uit wind en zon. Onze maakindustrie die elektrolysers maakt zorgt voor onafhankelijkheid, voorzieningszekerheid en verdienvermogen. En als laatste reduceren we er ook nog eens CO2 mee.” 

Het mag alleen super super groen 

De grootste innovatieslagen liggen in het ‘bankable’ maken van businesscases, door kostprijsverlaging en betere contractmodellen. Er zijn doorbraken nodig in circulaire en PFAS-vrije elektrolysers, zodat Nederland en Europa minder afhankelijk zijn van kwetsbare grondstofketens. Ook in import en conversie – van ammoniak en andere dragers – moet veel meer ervaring worden opgedaan. En tot slot kan beleid nog versnellen door vergunningen, infrastructuur en tarieven beter in te richten en zo de waarde van flexibiliteit te belonen. “In wet- en regelgeving moeten we bovendien naar geleidelijkheid zoeken”, aldus Gigler. “Als ik één ding vandaag zou kunnen veranderen, is het de te strenge regelgeving voor wat groene waterstof mag heten. Die strenge regels werken knellend. Het mag alleen maar super super groen zijn. Een elektrolyser gaande houden door ook gewone stroom van het net te gebruiken mag bijvoorbeeld niet, terwijl dat voor de betaalbaarheid van de technologie misschien wel beter is. Een tweede aanpassing waar we veel aan zouden hebben: snellere vergunningverlening. Je moet geen jaar hoeven wachten op een vergunning. En tot slot: het instrument van beprijzing is essentieel om duurzame alternatieven interessanter te maken. Zo lang er geen business case is voor groene waterstof, zal er geld van de overheid bij moeten.”  

95 % bloed, zweet en tranen 

Nederland werkt aan het hele systeem rondom groene waterstof met innovaties. De overheid maakt er veel subsidies voor vrij en dat is hard nodig zolang er nog geen business case is. Bedrijven zijn nog altijd geen liefdadigheidsinstellingen, aldus Homan. Soms is een innovatie een kleine technische verbetering, soms is het een procesonderdeel. Soms is het innovatie in de samenwerking, soms gaat het om maatschappelijk draagvlak of wet- en regelgeving. Buddenbaum: “In Nederland vinden op alle niveaus innovaties plaats. Het zijn niet altijd de grote, zichtbare doorbraken, maar vaak kleine stapjes – 95% bloed, zweet en tranen en 5% inspiratie. Voor de buitenwereld lijken ze soms onbeduidend, maar juist die kleine stappen leveren de lessen op die uiteindelijk tot echte doorbraken kunnen leiden.” 

 

“95% is bloed, zweet en tranen en 5% inspiratie” 

“De transitie is nu eenmaal een bumpy road” 

“Als ik één ding vandaag zou kunnen veranderen, is het de te strenge regelgeving voor wat groene waterstof mag heten” 

Jörg Gigler

Directeur van TKI Nieuw Gas

Ed Buddenbaum

Algemene zaken, pilots & opschaling

Sr. Programma Manager

Nienke Homan

Directeur van Impact Hydrogen en voorzitter van de Koninklijke Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI)