GVNL Perspectief Online | Naar een open innovatiecentrum voor elektrolysers
Naar een open innovatiecentrum voor elektrolysers
Nederland beschikt over een reeks testfaciliteiten voor elektrolyse: van laboratoria op kleine schaal tot megawatt testcentra. Om naar brede toepassing te komen is meer verbinding nodig tussen deze faciliteiten. “Als je innovatie snel naar de markt wilt brengen, heb je een complete testinfrastructuur nodig. Niet alleen de hardware en de labs, maar ook de kennisdeling en de afspraken over hoe je test.”
GroenvermogenNL en TNO slaan de handen ineen om die verbinding te leggen in een open innovatiecentrum voor elektrolysers. In het vroege voorjaar van 2025 ondertekenden TNO en GroenvermogenNL een samenwerkingsovereenkomst voor een meerjarig programma hiervoor. Arend de Groot, senior consultant bij TNO en projectcoördinator van het GroenvermogenNL-programma HyPRO, vat het simpel samen: “Je wilt weten wat je gaat testen, waar je kunt testen en hoe je moet testen.”
Community of Practice Electrolysis
Het gezamenlijke programma draait om een testinfrastructuur waarin duidelijk is welke faciliteiten er zijn, waarin gezamenlijk wordt geleerd zonder gevoelige data te moeten delen, en waarin testprotocollen en standaarden kunnen worden vastgelegd. De Groot: “We brengen eerst in kaart welke testsystemen we hebben in Nederland. We focussen op waterelektrolyse en lage-temperatuur elektrolyse. De productontwikkeling hiervan gaat heel hard en we zijn toe aan opschaling van deze technologie.
We willen ervoor zorgen dat partijen in elke fase van hun ontwikkelingsroadmap toegang hebben tot de juiste faciliteit.” Het doel is een gecoördineerd, toegankelijk netwerk van testlocaties waar bedrijven weten welke testfaciliteit het beste bij hen aansluit op basis van schaal, use case en equipment type. Dit versnelt validatie en opschaling van nieuwe technologieën. Bovendien kan er standaardisatie ontstaan tussen type testen en testlocaties, waardoor resultaten betrouwbaarder en makkelijker naar grotere schaal te vertalen zijn en kosten worden gereduceerd. Inmiddels is er een Community of Practice Electrolysis (COPE) gestart, waarin onderzoekers, bedrijven en toeleveranciers gezamenlijk werken aan de teststructuur.
De missing link
In totaal zijn er circa 10 testfaciliteiten in Nederland. Er zijn sterke laboratoria voor materiaal- en componentonderzoek en enkele testcentra op megawatt-niveau. Zo is het Hydrohub Megawatt Test Center in Groningen bedoeld voor full system en stack testing tot 250kW PEM en 250kW AWE. Het Faraday Lab in Petten richt zich op tests van componenten, cellen en short-stack tot 50kW.
Universiteiten en bedrijven beschikken bovendien over eigen testfaciliteiten. Maar op de hogere TRL-niveaus ontbreekt nog veel, vooral waar het gaat om langdurige duurtesten en grootschalige demonstraties. Shell, TNO, GroenvermogenNL en DNV werken aan de ontwikkeling van een duurtestfaciliteit voor elektrolysers in Emmen. Deze testfaciliteit richt zich op duurtesten van apparatuur om groene waterstof te maken met elektrolysesystemen tussen 1 en 10 MW. Dit soort duurtesten sluit de laatste fase van innovatie af (TRL-niveau 7-9).
Samen sneller leren
Naast infrastructuur speelt kennisdeling een grote rol. Onderzoeksresultaten worden vaak binnen projecten of bedrijven gehouden. Universiteiten en onderzoeksinstellingen publiceren deels, maar bedrijven beschermen hun data veelal uit concurrentieoverwegingen. Zonder gedeelde leerervaringen duurt het langer om fouten te corrigeren en technologie te verbeteren. Dubbel werk en eilandvorming liggen op de loer. “Het gaat niet zozeer om de data zelf, maar om de interpretatie,” legt De Groot uit. “Welke inzichten zijn van belang voor de hele community? Daarvoor hoef je niet alle ruwe data te delen.”
Om angst voor data sharing te doorbreken werken TNO en GroenvermogenNL aan een zogenoemd Electrolyser Intelligence Platform, een expertsysteem, waarin data-analyse en machine learning de gemeenschappelijke leercurve versnellen. Het idee is dat uit grote hoeveelheden metingen collectieve patronen worden gehaald, zoals leercurves voor kosten en prestaties. Daarmee ontstaat een betrouwbaarder beeld van waar de technologie staat en wat de volgende stap moet zijn.
Onderzoek in HyPRO
Nederland beschikt over veel kennis en testcapaciteit voor elektrolyse, maar dit is niet altijd even goed op elkaar afgestemd. Het is daardoor lastig resultaten te vergelijken of te vertalen naar certificering. De Groot: “Hoe zorgen we ervoor dat we gelijktijdig volgens dezelfde standaarden en protocollen werken? We hebben nu geen duidelijke route voor testen. Dat onderzoeken we onder andere in het GroenvermogenNL-programma HyPRO. Bij ons onderzoek naar PEM-elektrolyse doen we dezelfde tests in verschillende labs om te kijken of we überhaupt hetzelfde meten. Dat benchmarken van de hardware is een belangrijk uitgangspunt. Daarna moet je standaarden ontwikkelen voor testprocedures. Met het open innovatiecentrum gaan we die route concreter maken.”
Standaardisatie
Standaardisatie is niet alleen een technisch vraagstuk, maar raakt de hele keten. “Een eindgebruiker moet aangeven hoe hij een elektrolyser gaat inzetten,” zegt De Groot. “De leverancier moet daar garanties voor kunnen geven en er hun design naar optimaliseren. Onderzoekers moeten weten welke eisen dan relevant zijn voor hun experimenten. Dat gesprek moet structureel gevoerd worden, met een kleine afstand tussen industrie en PhD.” Goede afstemming versnelt de uitrol en voorkomt overengineering, terwijl standaardisatie certificering en massaproductie stimuleert. Beide factoren dragen bij aan een snelle verlaging van de kosten van groene waterstof. Hier ligt een belangrijke rol voor het open innovatiecentrum. Door duidelijke protocollen en benchmarks te ontwikkelen, wordt het mogelijk sneller en betrouwbaarder te certificeren. Dat geeft de markt vertrouwen en versnelt de opschaling.
Naar een volwassen ecosysteem
Het uiteindelijke doel is helder: een samenhangend ecosysteem van testfaciliteiten waarin bedrijven, kennisinstellingen en toeleveranciers elkaar vinden en versterken om nieuwe technologieën op de markt te brengen en om bestaande technologieën verder te brengen. Daarbij hoort een duidelijke route voor opschaling – van kleine labproeven tot industriële duurtesten – én een infrastructuur voor versneld gezamenlijk leren en standaardisatie.
“We werken toe naar een volwaardig open innovatiecentrum,” besluit De Groot. “Met toegang voor alle relevante partijen, duidelijke protocollen en de mogelijkheid om gezamenlijk te leren. Medio 2026 verwachten we het eerste deel, de one-stop-shop customer journey, gereed te hebben. Die voorziet bedrijven van de goede route naar de juiste testmogelijkheid.”
“Je wilt weten wat je gaat testen, waar je kunt testen en hoe je moet testen”
Arend de Groot
Project coördinator