24 februari 2026 | GVNL

GVNL Perspectief Online | Bijzondere aanpak R&D-programma: één call, één consortium, één projectplan

Het R&D-programma van GroenvermogenNL kent een bijzondere aanpak. In de calls worden inschrijvers uitgedaagd om één consortium te vormen en te werken aan één integraal plan. Sandra de Keijzer, hoofd Chemie en Natuurkunde bij NWO, en Paulien Herder, bestuurslid van GroenvermogenNL, lichten de keuze hiervoor toe.

Wat was de gedachte achter deze werkvorm?  

 Paulien Herder:  

“De vormgeving van het R&D-programma vond plaats onder tijdsdruk. Er was nog geen uitgewerkt programma en door covid konden we niet spoedig bijeenkomen om daaraan te werken. We hebben toen bewust gekozen voor een aanpak waarbij we de vraagstukken van industrie en wetenschap later verder zouden uitwerken: de zogeheten sandpit-aanpak.” 

Sandra de Keijzer: 

“Het was een spannende keuze en voor ons relatief nieuw op het moment dat we GroenvermogenNL vormgaven, maar we wisten dat de sandpit-aanpak al eerder succesvol was toegepast in Engeland. Met zogeheten casco-workshops, waarbij er al wel een thema is, konden we partijen in een intensief proces bij elkaar brengen en samen tot voorstellen laten komen.” 

Waarom staat de vraag vanuit de industrie centraal? 

 Sandra de Keijzer: 

“Van de eerste workshops hebben we geleerd om bedrijven zo vroeg mogelijk te laten vertellen waar hun interesses en uitdagingen zitten. Zo werk je toe naar een voorstel dat meteen een heel solide basis heeft. Onderzoekers kunnen vervolgens aan de slag met mogelijke oplossingsrichtingen. Dat principe hebben we ook bij de andere workshops toegepast: laat eerst de industrie aan het woord.” 

Paulien Herder:  

“Traditioneel starten onderzoekers bij hun eigen nieuwsgierigheid: wat vinden wij wetenschappelijk interessant? Nu draaien we het om. Tijdens de eerste dag van de sandpit komen bedrijven aan het woord. Zij vertellen wat hun uitdagingen zijn. Pas daarna gaan de wetenschappers aan de slag: welke kennis kunnen wij ontwikkelen om die vraagstukken op te lossen?” 

Wat vinden jullie van de consortia die er nu zijn? 

Paulien Herder: 

“Er zijn nu mooie consortia ontstaan van bedrijven en kennisinstellingen, die samen werken aan een integraal programma. Onze zorg vooraf was hoeveel bedrijven zich zouden inschrijven, maar die zorg bleek ongegrond. Industrie en kennisinstellingen moesten wel eerst wennen aan deze nieuwe methodiek, maar zijn veelal heel tevreden met de uitkomsten.” 

Sandra de Keijzer: 

“Je moet je best doen om bedrijven te betrekken. Onderzoekers en programmaleiders van GroenvermogenNL hebben hen actief benaderd. Mooi is de betrokkenheid van hogescholen. Doordat in GroenvermogenNL ook bedrijven en hogescholen subsidie kunnen ontvangen, zijn er transdisciplinaire en gelijkwaardige consortia ontstaan. NWO heeft niet eerder bedrijven gefinancierd en dit is speciaal voor GroenvermogenNL mogelijk gemaakt.” 

Wat is de meerwaarde van de brede consortia? 

Sandra de Keijzer: 

“Iedereen krijgt vanaf het begin de kans om mee te praten over wat we in Nederland op een bepaald thema zouden moeten doen. Je krijgt ook meer ruimte voor out-of-the-box-ideeën en om verrassende partners te laten aanhaken. Daarbij geven we consortia de ruimte om met nieuwe ideeën of de actualiteit het oorspronkelijke thema iets bij te sturen als dat nodig is.”  

Paulien Herder: 

“We willen een integraal programma. Dat lukt niet met conventionelere calls waarbij wetenschappers losse projectvoorstellen indienen. Door mensen in één zaal te zetten en te vragen om voor een aanzienlijk bedrag ideeën te ontwikkelen die bij elkaar passen, krijg je die integraliteit wel. Ik verwacht dat het onderzoek daarmee sneller tot impact leidt.”  

 

Hoe past deze aanpak in het totale GroenvermogenNL-programma? 

Paulien Herder: 

“We zien dat bedrijven in de R&D-consortia ook meedraaien in andere subsidieregelingen om pilots te gaan bouwen of zich in te zetten voor onze human capital agenda. Bijvoorbeeld door medewerkers via ons Make Hydrogen Work-programma om te scholen voor werken met waterstof. Zo ontstaat het ecosysteem dat we in Nederland willen bouwen.” 

Sandra de Keijzer: 

“Met deze manier van werken bewaken we nauwkeurig de kwaliteit en bereiken we meer impact. Uiteindelijk draait het immers om het stimuleren van innovatie en bedrijvigheid. En in de kwaliteitstoets aan het eind van de workshop zit een internationaal panel, wat een heel belangrijke toevoeging is. Zo voorkomen we dat we in Nederland iets ontwikkelen dat in Duitsland of Frankrijk al praktijk is.” 

Voor welke doorbraak mogen de R&D-projectleiders je ’s nachts wakker bellen? 

Sandra de Keijzer: 

“Voor NWO is het belangrijk dat de aanpak die we nu hebben ontwikkeld succesvol gaat zijn en GroenvermogenNL helpt de doelen te behalen.” 

Paulien Herder: 

“Ik zou heel blij zijn als het in de keten lukt om de kostprijs voor groene waterstof substantieel te verlagen. Voor dat nieuws mag je me echt elk moment bellen.” 

Hoe werken de R&D-calls?

  • Bij opening van een call meld je je als bedrijf of kennisinstelling aan als geïnteresseerde partij. 
  • Je neemt verplicht deel aan 2 workshops van 2,5 dag. 
  • In de workshops bepaal je met elkaar het vraagstuk en de oplossingsrichting. 
  • Je vormt één consortium om te werken aan één integraal projectvoorstel. 
  • Bij een positieve beoordeling voer je het project als consortium uit. 

Prof.dr.ir. Paulien Herder

Programmabestuur

Decaan faculteit TNW van de TU Delft

Sandra de Keijzer

NWO

Hoofd Chemie en Natuurkunde

Dit artikel verscheen in het magazine GVNL Perspectief. Met het magazine GVNL Perspectief maken we zichtbaar hoe de waterstoftransitie zich ontwikkelt: van ambitie naar uitvoering. In deze online serie delen we artikelen uit het eerste GVNL Perspectief-magazine, met inzichten van experts, inspirerende verhalen van pioniers en voorbeelden van innovatie die laten zien hoe Nederland stap voor stap de belofte van groene waterstof waarmaakt, gedreven door een gezamenlijke wil om vooruit te komen.