GVNL Perspectief Online | Slimme waterstofschakel van Europa
De sleutel om die slimme waterstofschakel te worden ligt in infrastructuur: de ruggengraat die het hele waterstofsysteem met elkaar verbindt. “Zonder pijpleidingen, opslag en importfaciliteiten kunnen bedrijven niet investeren in productie of gebruik. Grote industrieclusters, maar ook sectoren zoals keramiek, glas en cement – de zogeheten cluster 6-bedrijven – wachten op betrouwbare aanvoer van waterstof. Voor de mobiliteit, zoals zwaar transport, scheepvaart en luchtvaart, zijn bovendien tank- en bunkering faciliteiten nodig voordat er daadwerkelijk kan worden overgestapt,” zegt Peters. “Samengevat: eerst een pijpleiding om te transporteren en opslag voor leveringszekerheid. Daarna volgen de markt en investeringen. Infrastructuur loopt altijd voorop.”
Elke vierkante centimeter een functie
Toch blijkt de aanleg van die infrastructuur in Nederland complex. Peters waarschuwt dat de mindset anders moet: “Nederland was een van de eerste landen in Europa met een waterstofstrategie. Qua plannenmakerij en ambities zijn we leidend. Maar we zijn minder succesvol in de implementatie en projecten van de grond krijgen. Infrastructuurprojecten zijn uitdagend in een land als Nederland waar elke vierkante centimeter al een functie heeft. Ook als het gaat om het vernieuwen van bestáánde infrastructuur. Je moet hier door een lang proces van vergunningverlening en inspraakprocedures.” Hij wijst naar buurlanden zoals Duitsland waar de overheid een trekkende rol pakt en koplopers verleidt met financiële voordelen. Dat maakt het voor de industrie veel aantrekkelijker te investeren in infrastructuur en productiecapaciteit.
Import klaar voor 2030
Nederland zal in 2030 een groot deel van zijn groene waterstof moeten importeren. Hiervoor presenteerde NLHydrogen samen met havens en brancheorganisaties in het voorjaar van 2025 een hernieuwd Waterstof Import Manifest.
Het manifest vraagt om actie per waterstofdrager:
Ammoniak: bouw op tijd ammoniakkrakers op industriële schaal in de havens. Hiervoor is financiële steun nodig via regelingen als de SDE++ of OWE.
Vloeibare waterstof (LH₂): investeer in grotere tankers, terminals en conversiecapaciteit. Breid regelingen uit om deze opschaling rendabel te maken en maak bulktransport over de binnenvaart mogelijk.
Methanol: gebruik groene methanol als grondstof voor duurzame brandstoffen en chemie. Borg de markt voor e-methanol via quota en financiële instrumenten, met name voor duurzame vliegtuigbrandstoffen (e-SAF).
LOHC’s: actualiseer veiligheidskaders zodat doorvoer en conversie verantwoord mogelijk worden. Ondersteun technologie voor het veilig ‘inpakken’ en ‘uitpakken’ van waterstof.
Plannen in uitvoering
Nederland zet wel belangrijke stappen op het gebied van transport, opslag en import van groene waterstof. In Rotterdam heeft HyNetwork in de zomer van 2025 de eerste 32 kilometer van het nationale waterstofnetwerk opgeleverd. Even daarvoor verscheen de Nationale Agenda Ondergrondse Waterstofopslag. Belangrijk onderdeel hiervan is HyStock van GasUnie, het eerste project dat Nederland een eigen waterstofvoorraad moet geven, gesteund met geld uit het klimaatfonds. HyStock onderzoekt onder andere hoe vier zoutcavernes van Gasunie vanaf 2030 voor groenewaterstofopslag kunnen dienen Ook wordt gekeken naar een proef om waterstof op te slaan in een leeg gasveld. Omdat waterstof andere risico’s kent dan aardgas, werkt de overheid aan duidelijke regels en snellere vergunningstrajecten. Met deze initiatieven wil het kabinet zorgen dat er vóór 2035 opslagcapaciteit beschikbaar komt, en dat daarna grootschalige uitbreiding mogelijk is. Ondertussen vindt er veel research plaats, onder meer in het HyTROS-programma van GroenvermogenNL.
HyTROS: kennis voor veilige en snelle opschaling
HyTROS (Hydrogen Transport, Offshore and Storage) bundelt kennis van universiteiten, kennisinstituten en bedrijven om te werken aan veilige en efficiënte infrastructuur. Sinds de start in 2024 zijn inmiddels meer dan twintig promovendi en postdocs actief met fundamentele en toegepaste vragen over on- en offshore waterstofinfrastructuur, grootschalige opslag, systeemintegratie en veiligheid. Denk aan hergebruik van leidingen, monitoring en het minimaliseren van lekkages en risico’s. René Peters is projectcoördinator van HyTROS: “Een van onze doelen is de veiligheid van de waterstofinfrastructuur op hetzelfde niveau te brengen als bij aardgas,” zegt Peters. “We willen risico’s reduceren en zorgen dat waterstof betrouwbaar kan worden ingevoerd, getransporteerd en opgeslagen. Opslag in zoutcavernes is bijvoorbeeld bekend terrein, maar opslag in gasvelden is nieuw en nooit eerder commercieel toegepast. HyTROS doet een combinatie van fundamenteel en toegepast onderzoek hiervoor, waar de industrie samples en data levert van hun eigen gasvelden. Voor mij zou een ultieme uitkomst zijn als we voor gasveldopslag een demonstratieproject kunnen starten voor 2030. Dat zou wereldwijd uniek zijn.”
Beleid rond opslag, transport en import van waterstof
Voor opslag ligt de nadruk in Nederland op grootschalige ondergrondse capaciteit. Volgens de Nationale Agenda Ondergrondse Waterstofopslag (2025) start rond 2031 de eerste opslag in zoutcavernes (HyStock in Groningen), met later ook gebruik van lege gasvelden. Doel is om voor 2035 meerdere opslagen operationeel te hebben.
Voor transport werkt het kabinet, via Gasuniedochter HyNetwork Services, aan de aanleg van het landelijke waterstofnet.
Wat betreft import zet het kabinet met actieve energiediplomatie in op een divers aanbod in dragers en bronnen. Het kabinet heeft in de Visie Waterstofdragers (2024) aangegeven dat ammoniak naar verwachting de belangrijkste energiedrager wordt in de beginjaren, gevolgd door methanol, vloeibare organische dragers (LOHC’s) en vloeibare waterstof. Conversie en verwerking moeten met name in zeehavens plaatsvinden.
Het kabinet stelt subsidies uit het klimaatfonds beschikbaar voor het gebruik van hernieuwbare waterstof in de industrie (vraagsubsidies) en de mobiliteit (SWiM), de ontwikkeling van elektrolyseprojecten (IPCEI en OWE), importterminals (IPCEI) en importvolumes (H2Global), opslag in zoutcavernes (HyStock) en ontwikkeling van het landelijk waterstoftransportnet.
Tot slot zorgen Europese verplichtingen zoals RED III en ReFuelEU Aviation voor druk op de markt.
Doorbraak rond 2030
De behoefte aan infrastructuur is groot en urgent. Toch draait het volgens Peters niet alleen om snelheid, maar vooral om timing: “De vraag is eigenlijk niet wanneer de infra er moet liggen, maar wanneer het energiesysteem klaar is voor grootschalig groene waterstof.” Hij voorziet een doorbraak rond 2030, wanneer driekwart van de stroomproductie groen is en er structureel overschotten beschikbaar komen. Dat maakt groene stroom en daarmee waterstof goedkoper, en dus aantrekkelijker voor de industrie. Dan moet de infrastructuur klaarstaan.
De eerste zoutcaverne voor opslag (HyStock, Groningen) is gepland voor 2031, maar voor 2030 zijn er meerdere nodig – en het leegspoelen van zo’n caverne kost al vijf tot zeven jaar. Ook de Delta Rhine Corridor schuift op naar 2032. Peters: “Dat wordt dus krap. Infrastructuurprojecten duren lang, maar als ze er eenmaal liggen, trekken ze de rest van de markt mee. Met HyTROS hopen we bij te dragen aan de fundamenten van de infrastructuur, zodat we rond 2030 zo klaar als mogelijk zijn voor groene waterstof.”
Waterstofcijfers uit Rotterdam
De Rotterdamse haven verwerkt nu al circa 0,5 miljoen ton waterstof per jaar, grotendeels grijs. Rond 2030 kan er zo’n 1,2 tot 2,6 miljoen ton waterstof per jaar worden geproduceerd en ingevoerd. Voor 2050 verwacht Port of Rotterdam 2 miljoen ton lokale productie en 18 miljoen ton import en doorvoer nodig te hebben om het net-zero scenario mogelijk te maken.
Om dit te realiseren, zet Rotterdam onder andere in op grootschalige elektrolyse en infrastructuur. Port of Rotterdam heeft specifieke ruimte gereserveerd voor elektrolysers die windenergie omzetten naar groene waterstof. Hier staat Shells Holland Hydrogen I (200 MW, 20 kiloton per jaar). Air Liquide bouwt ernaast de ELYgator (200 MW, 23 kiloton per jaar, medio 2027 operationeel). Daarnaast hebben ook bedrijven als Eneco, Uniper, HyCC, RWE en Vattenfall/CIP plannen voor productie in de Rotterdamse haven. Doel is in 2030 in totaal 2,5 GW elektrolysevermogen op de Maasvlakte te hebben, gevoed met wind op zee. Port of Rotterdam zet naast deze zogenaamde groene waterstof ook in op low-carbon waterstof om grote hoeveelheden CO2 te reduceren. Naast lokale productie zet Port of Rotterdam ook in op grootschalige import van duurzame waterstof. Het gaat om verschillende dragers van waterstof, zoals ammoniak, methanol, vloeibare waterstof en LOHC’s. Als verbinder van al deze projecten is het waterstofnetwerk van Hynetwork gebouwd dat begin 2026 operationeel is.
Randolf Weterings, Senior programma manager Hydrogen bij Port of Rotterdam: “Wat mij het meest trots maakt, is dat het waterstofsysteem in de haven van Rotterdam nu echt gebouwd wordt en zichtbaar vorm krijgt. Ons doel is CO₂-reductie, in lijn met de afspraken van Parijs. De fundering van dat systeem treedt begin 2026 in werking, wanneer de eerste waterstof van de Maasvlakte richting Pernis stroomt. Om waterstof grootschalig te kunnen inzetten – in sectoren als staal, luchtvaart en industrie – zijn nog veel innovaties nodig, van dragers tot elektrolyse en toepassingen. Maar de basis wordt nu gelegd.”
René Peters
Project coördinator
Dit artikel verscheen in het magazine GVNL Perspectief. Met het magazine GVNL Perspectief maken we zichtbaar hoe de waterstoftransitie zich ontwikkelt: van ambitie naar uitvoering. In deze online serie delen we artikelen uit het eerste GVNL Perspectief-magazine, met inzichten van experts, inspirerende verhalen van pioniers en voorbeelden van innovatie die laten zien hoe Nederland stap voor stap de belofte van groene waterstof waarmaakt, gedreven door een gezamenlijke wil om vooruit te komen.