H2 Impactmakers: Saskia Kunst, CEO SwitcH2
Wat heeft je geïnspireerd om met dit waterstofproject te beginnen, en wat motiveert je om hierin door te gaan?
“Met SwitcH2 ontwikkelen we een FPSO’s: een Floating Production Storage and Offloading Unit. Dit zijn drijvende platforms om op zee waterstof of ammoniak te produceren en die op en over te slaan. In de olie- en gassector wordt dit concept al decennia toegepast. Ik heb ruime ervaring in deze sector, in offshore en het internationale havenbedrijf en hield me al vroeg bezig met verduurzaming en hernieuwbare energie. Zo raakte ik in gesprek met scheepsbouwkundige Bob Rietveldt. Samen hebben we SwitH2 opgericht om de bestaande technologie voor FPSO’s om te vormen tot drijvende waterstoffabrieken.”
Welke uitdagingen ben je tegengekomen tijdens de uitvoering van dit project, en hoe heb je deze overwonnen?
“Met onze technologie pompen we zeewater op, ontzilten het, produceren door elektrolyse waterstof en breiden het proces eventueel uit door met stikstof uit de lucht ammoniak te maken. Technologisch zijn we weinig uitdagingen tegengekomen, dankzij grote, deskundige partners. We zijn vooral bezig geweest met het optimaliseren van bestaande technologie. Wel merken we dat het sentiment bij investeerders is veranderd sinds de waterstofhype van 5 jaar geleden toen we met SwitcH2 begonnen. Aan de andere kant is de urgentie om te investeren in hernieuwbare energie gegroeid. Door de huidige geopolitieke situatie is de behoefte aan levenszekerheid in Nederland en Europa groot. Wij kunnen elk jaar een kwart miljoen ton ammoniak of 40.000 ton waterstof produceren per FPSO met een 300 MW-capaciteit. Dat zijn wezenlijke hoeveelheden.”
Wat is volgens jou de grootste bijdrage die dit project levert aan de transitie naar een duurzame waterstofeconomie?
“Onze productie is schaalbaar en grootschalig. We kunnen per FPSO 1 of 2 grote industriële bedrijven volledig voorzien van hun jaarlijkse waterstofbehoefte. We kunnen in Europa produceren maar ook in Namibië, waar de omstandigheden voor zonne- en windenergie ideaal zijn, wat waterstof en ammoniak goedkoop maakt voor import in Nederland. Een groot voordeel van ons systeem is dat het mobiel is. Investeringen zijn ongeveer even omvangrijk als voor een vergelijkbare fabriek op land, maar wij kunnen bouwen waar dat het goedkoopst is, het vergunningentraject is eenvoudiger en ook onze voetafdruk is kleiner: we hebben slechts een afmeersysteem nodig op de bodem van de zee, dat we weer verwijderen als we de FPSO verplaatsen. En omdat de productiewijze van ammoniak al heel lang in gebruik is en we dit offshore doen, opereren we superveilig.”
Welke ondersteuning of samenwerking heeft een cruciale rol gespeeld in het succes van jullie project?
“Vanaf het begin werken we samen met een handvol technologisch zeer deskundige partners. Die deskundigheid is ook te vinden bij onze strategische partners die behalve financiële middelen ook kennis van engineering inbrengen. Hetzelfde geldt voor GroenvermogenNL, RVO, de Topsector Energie en het Europese Just Transition Fund die ons naast financiële steun ook uitdagen om goede projecten op te zetten in Rotterdam en Portugal om de haalbaarheid van onze technologie aan te tonen en de werking ervan te demonstreren. En niet in de allerlaatste plaats ben ik heel blij met het team van SwitcH2. We werken met deskundige, leuke mensen die allemaal gedreven zijn door ons gezamenlijke doel om de toekomst van onze energieproductie te verduurzamen.”
Hoe zie je de toekomst van waterstof en wat hoop je dat jullie project daarin kan betekenen?
“De energietransitie kan niet volledig leunen op elektrificatie. Waterstof en ammoniak als drager van waterstof zullen een belangrijke bijdrage gaan leveren. Onze oplossing sluit naadloos aan op de visie van de Nederlandse overheid om enerzijds waterstof op de Noordzee te produceren en anderzijds te importeren uit landen waar de productiekosten laag zijn. Zo zijn we actief in Namibië, Portugal en Zweden. Met de schaal die wij bereiken kunnen we echt bijdragen aan het vergroenenvan sectoren die moeilijk te verduurzamen zijn, zoals de petrochemie, scheepvaart en de kunstmestindustrie.”